Vennootschappen en Jongejan & PartnersTransferpricing
Internationaal zakendoen vereist kennis van de wijze waarop de transacties financieel worden afgehandeld en vastgelegd. Niet alleen de onderneming zelf, ook de belastingdiensten in de verschillende landen waar u zakendoet, hebben belang bij een accurate vastlegging. Ieder land wenst tenslotte de belasting te ontvangen waarop het meent recht te hebben. Dit laatste punt is voortdurend een bron van conflicten tussen locale autoriteiten en de internationaal werkende onderneming. Wij bieden onze cliënten dan ook een optimale ondersteuning op het gebied van Transfer Pricing, de Engelse term voor het hierboven omschreven probleem.
Transfer Pricing is een complex vakgebied. De internationale zakenwereld is voortdurend in beweging. U als internationaal werkend ondernemer moet voortdurend goed nadenken waar betalingen worden verricht en inkomsten worden verantwoord. Voor belastingdiensten vormen uw zakelijke transacties een terrein waar ze een duidelijk zicht op willen hebben. Het is dus uw verantwoording als ondernemer om te weten waar u mee bezig bent.
Op grond van het thans geldende recht m.b.t. dit onderwerp dienen internationaal opererende bedrijven de door hun toegepaste methode om onderlinge verrekenprijzen te bepalen te onderbouwen en de toepassing daarvan bij de prijszetting uitvoerig te documenteren. Helaas moet worden geconstateerd dat veel op de internationale markt werkende bedrijven met de naleving van deze regel grote moeite hebben en hierin toch een zeker mate van onverantwoord creatief gedrag vertonen. Toch is het van het grootste belang om te komen tot de vaststelling en onderbouwing van een juiste methode van onderlinge prijszettingen en deze goed te documenteren. Zonder deze documentatie loopt u het gerede risico t.z.t. in conflict te komen met de fiscus, in welke discussie de fiscus een sterke positie heeft omdat sprake zal zijn van een zogenaamde omgekeerde bewijslast. Met ander woorden: de fiscus neemt aan dat de ondernemer onjuist en onzakelijk heeft gehandeld en aan hem / haar de schone taak om de bewijzen dat dit niet zo is.
Als de keuze voor de toe te passen methode en de uiteindelijke prijszetting bepaald zijn, komt vervolgens de vraag op of het zinvol is om de gekozen methode aan de fiscus voor te leggen en hiervoor goedkeuring te vragen. Deze goedkeuring wordt een “Advance Pricing Agreement" genoemd. Een APA wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst en geeft enige mate van rechtszekerheid. De rechtszekerheid die een APA biedt is echter betrekkelijk zolang niet alle fiscale autoriteiten van de betrokken landen de gevolgde transferpricing expliciet hebben goedgekeurd. Immers, als de belastingautoriteiten van een land waar geen ruling mee is afgesloten een winstcorrectie aanbrengen, kan internationale dubbele belastingheffing nog steeds niet worden uitgesloten.
De procedure voor advance pricing agreements is opgenomen in een hiertoe genomen besluit door het Ministerie van Financiën. Hier is onder meer in opgenomen welke informatie u aan de fiscus dient te verstrekken. Onderstaand een korte weergave:
a. Informatie over de transacties, producten, zaken of overeenkomsten waar het voorstel voor geldt;
b. Informatie over de ondernemingen en vaste inrichtingen die betrokken zijn bij deze transacties of overeenkomsten;
c. De landen waarop het verzoek betrekking heeft;
d. Informatie met betrekking tot de wereldwijde organisatiestructuur, de geschiedenis, financiële gegevens, de producten en de uitgeoefende functies inclusief de bij de uitoefening van deze functies gebruikte activa en gelopen risico's van de betrokken gelieerde ondernemingen;
e. Een beschrijving van de voorgestelde verrekenprijsmethode, inclusief vergelijkbaarheidsanalyse (waaronder vergelijkbare cijfers van onafhankelijke marktpartijen en eventueel aangebrachte correcties);
f. De veronderstellingen die het voorstel onderbouwen en een uiteenzetting over het effect van veranderingen in die veronderstellingen of andere gebeurtenissen, zoals onverwachte resultaten die invloed kunnen hebben op de geldigheidsduur van het voorstel;
g. De boekjaren waarvoor het voorstel geldt;
h. Een algemene beschrijving van de marktomstandigheden.
Een APA heeft betrekking op de beloning voor transacties die nog niet hebben plaatsgevonden. De APA heeft dus geen werking voor de voorgaande jaren. Het is absolute noodzaak om in de te sluiten vaststellingsovereenkomst kritische veronderstellingen op te nemen over onder andere de operationele en economische omstandigheden die invloed kunnen hebben op de beloning voor de transacties wanneer deze plaatsvinden.
Om de administratieve werklast die samenhangt met de APA-aanvraag te verminderen, kunnen kleine bedrijven door de Belastingdienst worden ondersteund bij de aanlevering van vergelijkbare cijfers van onafhankelijke marktpartijen. Er mag alsdan gebruik worden gemaakt van de databases van de Belastingdienst. Belastingplichtigen waarvan de waarde van de activa volgens de fiscale balans niet meer bedraagt dan € 5 mio en tevens het gemiddelde aantal werknemers over het boekjaar minder dan 50 bedraagt, kunnen (onder voorwaarden) in aanmerking komen voor deze ondersteuning. Een verzoek dient te worden ingediend bij de Inspecteur waar uw bedrijf onder valt, die het verzoek voor bindend advies zal voorleggen aan het APA/ATR team van BGO Rotterdam. In principe worden APA's voor vier tot vijf jaar gesloten. De belastingplichtige is vrij in de keuze van de verrekenprijsmethode, mits deze leidt tot correcte zakelijke onderlinge verhoudingen en mits met voldoende onderbouwing. In een APA dienen o.a. kritische veronderstellingen te worden opgenomen omtrent operationele en economische omstandigheden. Bij wijzigingen binnen de vooraf overeengekomen bandbreedtes kan dan de APA dan toch in stand blijven zonder dat voortdurend nieuw overleg noodzakelijk wordt.
Aanvragers dienen zich te realiseren dat in de APA opgenomen informatie niet wordt aangemerkt als commercieel, industrieel of beroepsgeheim, omdat anders internationale informatie-uitwisseling niet mogelijk zou zijn. Indien sprake zou zijn van openbaarmaking van bedrijfsgeheimen dient u de aanvraag voor een APA dus achterwege te laten.
Beleid dat ten grondslag ligt aan toegestane dan wel afgewezen verzoeken voor het afsluiten van APA's zal worden gepubliceerd, o.a. door het in geanonimiseerde vorm publiceren van APA's dan wel door een samenvatting. Dit gepubliceerd beleid kan overigens zeer bruikbaar zijn bij het opstellen van uw documentatie aangaande de onderlinge verrekenprijzen, waardoor de aanvraag van een APA niet altijd noodzakelijk zal blijken.
Onderdeel van de APA is dat de onderneming afziet van de bezwaar- en beroepsmogelijkheden voor de overeengekomen at arm's length prijs / range.
Niet ongebruikelijk is, dat de uitkomst van een APA wordt gebruikt voor de afhandeling van nog niet geregelde aangiftes van oude jaren. Zeker bij gerede twijfel over minder goed gedocumenteerde jaren kan de aanvraag van een APA dus uitkomst bieden.
Het is mogelijk om voorafgaand in contact te treden met de fiscus als oriëntatie op de vraag of een APA aanvraag zinvol en/of mogelijk is en zo alvast sturing te geven aan de procedure.
Onze accountants en adviseurs zijn goed op de hoogte van alle ontwikkelingen die nodig zijn om het maximale resultaat uit uw Transfer Pricing te halen, of u nu zakendoet met externe partijen of binnen een holding met eigen werkmaatschappijen en / of deelnemingen. De wet- en regelgeving over het vastleggen van uw documentatie wordt telkens verscherpt. Door uw transfer pricing activiteiten op een heldere wijze weer te geven in uw boekhouding kunt u mogelijke conflicten met de fiscale autoriteiten voorkomen. Wij hebben veel ervaring in de fiscale aspecten van grensoverschrijdende transacties opgebouwd door nauwe samenwerking met diverse internationaal opererende organisaties.
BV ja of nee
Bij de advisering over de BV worden de menselijke aspecten vaak vergeten. Sommige ondernemers begrijpen niet wat een BV is en kunnen er niet mee omgaan. Dat zien we in het feit dat veel dga's geen onderscheid maken tussen het vermogen van de BV en van henzelf. Alles moet dan in rekening courant worden verwerkt. Sommige ondernemers voelen zich niet prettig bij de BV. Deze aspecten nemen wij mee bij de advisering over de BV. Wij adviseren geen BV als deze geen substantiële besparing overlevert. Als aansprakelijkheid het leidende motief is, beoordelen wij hoe reëel dit risico is en of dit de extra kosten en "gedoe" van de BV rechtvaardigt. Als een BV wordt geadviseerd zorgen wij voor adequate uitleg en begeleiding. Hierbij worden de onderstaande punten door ons altijd meegewogen in de adviesverlening.
• Prestige, status
Het gebeurt regelmatig dat ondernemers kiezen voor de BV uit prestigeoverwegingen en het fiscale nadeel (bij lage winsten) op de koop toe nemen. In sommige ondernemerskringen wordt neergekeken op eenmanszaken en vof's. De rechtsvorm BV kan een commercieel voordeel met zich mee brengen. Daarom is het denkbaar dat voor de BV wordt gekozen, ondanks dat deze rechtsvorm mogelijk een hogere belastingdruk en additionele accountantskosten oplevert.
•Aansprakelijkheid
Veel ondernemers lopen aanzienlijke risico´s op claims e.d. Sommige ondernemingsactiviteiten zijn naar hun aard erg risicovol. De BV-vorm kan een zekere beperking van aansprakelijkheid opleveren. Dit aspect moet wel worden gerelativeerd. Banken plegen een borgstelling of medeschuldenaarschap van de aandeelhouder te verlangen. Verder moet rekening gehouden worden met bestuurdersaansprakelijkheid voor het tekort in het faillissement en belastingschulden in geval van onbehoorlijk bestuur.
• Tariefvoordeel
Het VpB-tarief over de winst van de BV is lager dan het IB-tarief dat op deze winst van toepassing zou zijn. Hierdoor blijft er meer over voor de financiering van de expansie en/of aflossing van schulden.
Mede door de MKB-vrijstelling zijn de verschillen tussen de IB tarieven en het VpB-tarief echter marginaal.
• Oudedagsvoorziening
De IB-ondernemer kan via dotaties aan de oudedagsreserve in zekere mate belasting uitstellen. Het is de bedoeling van deze faciliteit dat de reserve wordt gebruikt voor de belastingvrije verwerving van pensioenrechten. De uitgestelde belasting is beschikbaar voor de financiering van de onderneming. De dotatie bedraagt 12% van de winst met een maximum. Bij een salaris -in de BV situatie- van ongeveer € 77.000 en meer, is hetgeen via een pensioen in eigen beheer kan worden opgebouwd in het algemeen meer dan de door de OR geboden mogelijkheden. Bij een pensioen (in eigen beheer) is de dotatie afhankelijk van de leeftijd; naarmate de dga ouder is, is de dotatie hoger. Anders dan bij pensioen, wordt er voor de OR-dotatie geen AOW-franchise in aanmerking genomen. Pensioen in eigen beheer levert ten opzichte van de OR een extra liquiditeitsvoordeel op, omdat de pensioenverplichting jaarlijks ten laste van de winst wordt opgerent. Veel IB-ondernemers worden overigens door hun geringe ondernemingsvermogen beperkt in hun mogelijkheden van de OR gebruik te maken.
• Hypotheek van BV
Bij de BV kan de ondernemer de besparingen aanwenden voor een woninglening. Hiermee kan de bankmarge tussen de debet- en creditrente uitgespaard worden. In sommige gevallen is het zelfs mogelijk om van de BV een rentevrije hypotheek te verkrijgen.
• Levensloopregeling
Omdat de dga werknemer is, kan hij profiteren van de levensloopregeling. Het voordeel hiervan is vergelijkbaar met dat van pensioen. Er is mogelijk een gunstig tariefverschil. Daar komt bij dat over het levensloopsaldo geen rendementsheffing verschuldigd is.
• Accountants- en advieskosten
Bij de afweging tussen persoonlijke onderneming en BV moet rekening worden gehouden met hogere accountants- en belastingadvieskosten. Ook kunt u denken aan de kosten in verband met deponering van de jaarstukken bij het Handelsregister.
• BV wordt later pensioen-BV
Na bedrijfsbeëindiging wordt de BV feitelijk pensioen-BV. Dit betekent dat de kosten van de BV doorlopen. De pensioen- en de lijfrenteverplichtingen kunnen worden overgedragen aan een verzekeraar, maar dat is vaak erg duur. De cliënt kan zich dan "opgescheept" voelen met de BV-structuur en er achteraf spijt van hebben.
• Liquiditeitsvoordeel door ruisende inbreng
Als wordt gekozen voor ruisende inbreng en ter zake van de goodwill een lijfrente van de BV wordt bedongen, kan door de goodwillafschrijving een liquiditeitsvoordeel worden behaald. De goodwillafschrijvingen zijn namelijk aftrekbaar van de winst. Door de beperking van de afschrijving tot 10% per jaar is ruisende inbreng in veel minder gevallen voordelig geworden. De oprenting van de lijfrenteverplichting drukt de belastbare winst van de BV en levert daarmee een extra liquiditeitsvoordeel op.
• BV als bedrijfsopvolgingsinstrument
Indien de onderneming in BV-vorm wordt gedreven (holdingstructuur), vindt bedrijfsopvolging plaats door middel van een aandelentransactie. De verkoopwinst valt voor de verkopende holding onder de deelnemingsvrijstelling. Daar staat echter wel tegenover dat de koper geen afschrijvingspotentieel verwerft (goodwill etc.) hetgeen de prijs uiteraard doet verlagen. Bij een BV-structuur heeft de toetreding van nieuwe aandeelhouders fiscaal gezien minder voeten in de aarde dan bij de persoonlijke onderneming. Bij de persoonlijke onderneming kan worden gedacht het voorkomen van overdrachts- en herwaarderingswinst. Indien de onderneming in BV-vorm wordt gedreven, heeft het overlijden van de dga geen consequenties op ondernemingsniveau. De ab-winst kan belastingvrij doorschuiven naar de erfgenamen. Met het oog op het voorgaande zou in bepaalde gevallen voor de BV kunnen worden gekozen, ook al is de winst te laag voor een tariefvoordeel.
• BV voor lijfrentes oudedagsreserve en stakingslijfrenteaftrek in eigen beheer
Veel ondernemers voelen er niets voor om bij een verzekeraar of opvolger/derde een stamrecht te verwerven. Een oplossing van dit probleem kan zijn de onderneming tijdig in een BV om te zetten. De ondernemer kan het stamrecht dan in eigen beheer houden. Het stamrecht wordt ondergebracht in de holding, terwijl te zijner tijd de aandelen van de werkmaatschappij worden verkocht. Deze route kan ook aantrekkelijk zijn als de BV geen tariefvoordeel biedt. Let op! Voor het kunnen bedingen van een stakingslijfrente bij de eigen BV is voortzetting van de onderneming door de BV vereist. Als de BV de onderneming gedurende ten minste drie jaar voortzet, zit men aan de veilige kant.
• Besparing overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging
Bij bedrijfsopvolging in de IB-sfeer, anders dan aan kinderen, is er overdrachtsbelasting verschuldigd over de van de onderneming deel uitmakende onroerende zaken. Als deze zaken zich in een BV bevinden, is bij een aandelentransactie geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Inbreng van een onderneming in een BV is in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. De inbreng in de BV zal in het kader van voorsorteren ruim voor de bedrijfsopvolging moeten geschieden.
Ook bij bestaande BV’s kan het verstandig zijn om de motieven welke in het verleden hebben geleid tot de gemaakte keuze voor die rechtsvorm periodiek onder de loep te nemen.
De fiscale eenheid Vennootschapsbelasting
Een fiscale eenheid voor de Vennootschapsbelasting betekent dat de moedermaatschappij en haar (indirecte) binnenlandse dochters op geconsolideerde basis worden belast. Er wordt in fiscaal opzicht dus gehandeld alsof de dochters zijn opgegaan in de moeder. Om gebruik te kunnen maken van deze regeling geldt als enige voorwaarde dat de moeder tenminste 95% van de aandelen te bezit van de dochter.
Aan deze regeling zijn verschillende voordelen verbonden.
• Onderlinge verliesrekening
De resultaten van de moeder en de dochter worden op geconsolideerde basis in de heffing van Vennootschapsbelasting betrokken. Dit betekent dus een onderlinge saldering van winsten en verliezen.
• Verliesverrekening bij acquisitie
Indien via een holding aandelen worden verworven met een financiering ontstaat de situatie dat de rentelast in de holding tot een (mogelijk nooit) verrekenbaar verlies lijdt, omdat de baten (dividenden) onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Door middel van een fiscale eenheid kan de rentelast worden verrekend met de winsten van de werkmaatschappij.
• Geruisloze reorganisatie
De overdracht van activa/passiva - het schuiven met stille reserves en goodwill - binnen een fiscale eenheid kan zonder fiscale complicaties plaatsvinden. Zo kan een bedrijfsonderdeel met stille reserves en/of goodwill voor de vennootschapsbelasting geruisloos worden overgedragen van de moeder naar de dochter of andersom. Dit geeft het concern de flexibiliteit om zonder al te veel fiscale problemen te reorganiseren. In de commerciële, vennootschappelijke balans worden dergelijke overdrachten uiteraard wel zichtbaar. Met moet zich nadrukkelijk realiseren dat de fiscale eenheid alleen een fiscale werking heeft. De fiscale eenheid is de meest voorkomende route voor het achteraf tot stand brengen van een holdingstructuur.
• Eliminatie onderlinge resultaten
Binnen een fiscale eenheid is de winst op leveringen van de ene fiscale eenheidmaatschappij aan de andere nog niet gerealiseerd, zolang laatstgenoemde de goederen nog niet heeft doorverkocht. Winstrealisatie treedt pas op als de goederen buiten de fiscale eenheid worden verkocht en/of geleverd. Dit betekent dat de belastingheffing over de netto winstmarge op de onderlinge transacties wordt uitgesteld.
• Geen terbeschikkingstelling investeringsaftrek
Investeringsaftrek is uitgesloten voor zaken die bestemd zijn om (indirect) aan derden ter beschikking te worden gesteld. Indien zaken worden verhuurd van de ene tot de fiscale eenheid behorende onderneming aan de andere is geen sprake van terbeschikkingstelling. Een bestemmingswijziging van eigen gebruik naar terbeschikkingstelling levert normaal gesproken een fictieve vervreemding op, echter niet indien dit binnen de fiscale eenheid gebeurt.
• Vermijding thincap
Een lening van tot een concern behorende vennootschappen (groepstoets) kan bij de geldlenende vennootschap tot beperking van renteaftrek leiden op grond van de thincap-bepalingen. Binnen de fiscale eenheid verdwijnen onderlinge vorderingen en schulden echter in de consolidatie waardoor de beperking van de renteaftrek wordt voorkomen.
• Eén aangifte
Bij een fiscale eenheid hoeft er slechts één aangifte te worden gedaan. Dat lijkt een voordeel maar kan ook behoorlijk kostbaar uitpakken. De consolidatie kan dermate gecompliceerd zijn dat de kosten van een fiscale eenheidaangifte aanzienlijk hoger uitvallen dan de kosten van afzonderlijke aangiften vennootschapsbelasting.
Een opsomming van voordelen dient natuurlijk vergezeld te gaan van een opsomming van nadelen.
• VPB tarief
Het Vennootschapsbelasting tarief over de eerste € 200.000 winst is 20% en 25,5% over het meerdere. Als twee vennootschappen minimaal € 200.000 winst maken, is het nadeel van de fiscale eenheid dus toch € 11.000. Dit kan een reden zijn om af te zien van een fiscale eenheid.
• Aansprakelijkheid
Elke tot de fiscale eenheid behorende vennootschap is hoofdelijk aansprakelijk voor de VpB-schulden van de eenheid. Als de fiscale eenheid wordt verbroken, blijft deze aansprakelijkheid bestaan voor schulden die betrekking hebben op de periode waarin de fiscale eenheid bestond.
• Holdingstructuur
De fiscale eenheid wordt vaak gebruikt om een holdingstructuur tot stand te brengen. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met antimisbruikwetgeving. Indien is geschoven met stille reserves, leidt verbreking van de fiscale eenheid binnen drie of zes jaar tot een belaste herwaardering. Dit brengt dus een risico met zich mee. Het percentage van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is negatief gecorreleerd met de hoogte van het investeringsbedrag.
• Kleinschaligheidsinvesteringaftrek
Als het investeringsbedrag van het boekjaar hoger is dan € 240.000 verliest de fiscale eenheid haar recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bij een fiscale eenheid worden de investeringen van de verschillende maatschappijen samengeteld. Zonder de fiscale eenheid zal het recht op deze aftrek dus langer in stand blijven.
Octrooibox
Voor de opbrengst van na 31 december 2006 ontwikkelde octrooien geldt een vennootschapsbelasting- tarief van 10%. U dient om dit lage tarief deelachtig te worden een verzoek indienen bij de belastingdienst, welk verzoek u meestuurt met uw aangifte vennootschapsbelasting. U kunt dit verzoek per octrooi indienen. De opbrengsten die tegen het lage tarief belast kunnen worden, zijn beperkt tot vier maal de kosten. Het gunstige tarief geldt niet alleen voor royalty's, maar voor alle opbrengsten uit het immateriële actief. Er hoeft geen activering plaats te vinden van de voortbrengingskosten van het octrooi. De met het octrooi te behalen voordelen worden pas tegen het gunstige tarief belast als de voortbrengingskosten zijn overschreden. Verliezen uit tot de octrooibox behorende octrooien worden, ter stimulering van deze regeling, ook vergolden tegen het normale vennootschapsbelastingtarief. Als men weet dat een bepaalde vinding niets zal opleveren, kan het in verband met de octrooibox toch voordelig zijn er octrooi op aan te vragen. De kosten met betrekking tot dat octrooi vergroten namelijk de ruimte voor de wel succesvolle octrooien.
De octrooibox is slechts van toepassing als de te verwachten voordelen voor 30% of meer hun oorzaak in het octrooi vinden. Dit speelt als de opbrengst van het octrooi onderdeel is van de verkoopprijs van goederen. De laag te belasten voordelen zijn beperkt tot vier keer de voortbrengingskosten. De fiscale voordelen van de octrooibox zijn ook te realiseren als geen octrooi is verkregen. De regeling geldt namelijk ook voor immateriële activa die zijn voortgekomen uit erkend speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaring). Het maximale bedrag aan voordelen wat tegen het octrooiboxtarief wordt belast bedraagt € 400.000. |
"Onze opdrachtgevers kiezen ons ook op vakmanschap en karakter. Zo is onze uitstraling laagdrempelig en sterk no nonsense. De lijnen tussen de klant en onze mensen zijn kort, dat werkt goed. Betrouwbare verslaglegging in cijfers is onmisbaar. Het is ook de basis waarop we naar de toekomst kijken. Daarom kiezen de meeste klanten voor frequent contact. Via tussentijdse rapportages en prognoses houden ze inzicht in hun financiële ontwikkeling. Zo anticipeer je ook beter op ontwikkelingen op fiscaal gebied. Door die pro-actieve houding geef je relaties al snel een voorsprong." |
|