logo Jongejan en Partners

Particulieren en de dienstverlening van Jongejan & Partners

Eigen woning
 
Voor de aangifte inkomstenbelasting moet de WOZ-waarde per 1 januari voorafgaan aan het belastingjaar worden aangegeven. Over deze WOZ-waarde wordt vervolgens het aan te geven huurwaardeforfait berekend. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2009 geld dus de WOZ-waarde per 1 januari 2008. Toen er nog sprake was van stijgende huizenprijzen was die vertraging wel gunstig, nu komt deze vertraging op veel belastingplichtigen als onredelijk over. Tegen een door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde is slechts bezwaar mogelijk als de waarde meer dan 5% lager ligt. De WOZ-waarde geldt ook voor woningen in aanbouw. Deze doorgaans lage WOZ-waarde geldt voor een woning in aanbouw, zelfs als deze al is afgebouwd.  

Er kan geen sprake zijn van positieve inkomsten uit eigen woning. Als de aftrekbare hypotheekrente gelijk is aan of lager dan het aan te geven huurwaardeforfait wordt het aan te geven saldo fiscaal op nihil gesteld. In deze gevallen leidt de betaalde hypotheekrente niet tot enig fiscaal voordeel. Hier kan worden overwogen om te laten doorrekenen of het zinvol is om de hypotheek af te lossen uit vrije spaargelden.

Renteaftrek is alleen mogelijk voor een eigen woning welke tevens dient als hoofdverblijf. Onder een eigen woning/hoofdverblijf kan onder voorwaarden ook worden verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden schip. Ook een stuk grond of een garage gelegen bij de eigen woning kan tot deze eigen woning behoren. Men noemt dit een aanhorigheid. De belastingdienst heeft nog wel eens de neiging om te steggelen over deze aanhorigheden. Of er sprake is van een aanhorigheid is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Een garage die op enige afstand van de woning is gelegen zal door de belastingdienst niet snel als een zogenaamde aanhorigheid worden beschouwd. Voor de renteaftrek is tevens vereist dat de toekomstige waardeveranderingen de woning u als eigenaar voor meer dan 50% toekomen.
Een woning wordt ook aangemerkt als eigen woning als deze in het kalenderjaar of in een van de voorafgaande twee jaar als eigen woning is aangemerkt. Voorwaarde daarbij is wel dat de woning leeg staat en is bestemd voor de verkoop.  Deze periode kan bijna drie jaar duren. Dankzij deze regeling kan sprake zijn van renteaftrek voor twee woningen. In combinatie met de soortgelijke regeling voor een woning in aanbouw, kan zelfs sprake zijn van renteaftrek voor drie woningen.


Aftrekbare kosten eigen woning
 
Aftrekbaar zijn de afsluitprovisie voor de (hypothecaire) lening, de kosten van de taxatie voor de (hypothecaire) lening en de notariskosten met betrekking tot de hypotheekakte. Niet aftrekbaar zijn de kosten welke betrekking hebben op de woning zelf, hierbij kunt u denken aan de provisie voor de makelaar en de kosten verbonden aan de koop- en leveringsakte. Uiteraard is de rente voor de lening ook aftrekbaar.

De advieskosten met betrekking tot financiering van de eigen woning zijn aftrekbaar voor zover deze advieskosten daadwerkelijk betrekking hebben op dit aspect. Voor de kwalificatie van de eigen woninglening is niet vereist dat hypothecaire zekerheid is gevestigd. Een lening van familieleden, de werkgever of een B.V. kan als eigen woningschuld kwalificeren.
Door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woning in rekening gebrachte borgtochtprovisie in verband met de Nationale Hypotheekgarantie en de kosten van het hiermee verband houdende bouwkundige rapport zijn aan te merken als aftrekbare kosten van geldlening.

Tot slot zijn verder nog aftrekbaar de periodieke betalingen voor rechten van erfpacht e.d. alsmede rente van schulden die zijn aangegaan voor de afkoop van deze rechten. Een afkoopsom van erfpacht is niet aftrekbaar. Als onderhoud of verbetering (gedeeltelijk) wordt gesubsidieerd en de belastingplichtige er niettemin voor kiest deze kosten volledig te financieren, is de desbetreffende rente toch gewoon aftrekbaar.

Rente voor de financiering van de eigen woning is maximaal gedurende 30 jaar aftrekbaar. Bij het kopen/financieren van een nieuwe duurdere woning of het financieren van verbetering/onderhoud gaat voor het aanvullende schuldbedrag een nieuwe periode van 30 jaar lopen. Wij hebben op dit moment niet de indruk dat er iemand is die deze termijnen nu administreert.

Als de koopsom voor een werkloosheidsverzekering of arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt meegefinancierd, is de hierop betrekking hebbende schuld geen eigen woningschuld. Deze schuld valt in box 3. De daarop betrekking hebbende rente is niet fiscaal aftrekbaar.

De lening aangegaan voor de overname van het aandeel van de partner in de woning bij bijvoorbeeld echtscheiding of verbreking van de samenwoning is een eigen woninglening. De lening die een woningeigenaar moet opnemen om in het kader van een verdeling van andere zaken de partner uit te kopen, is eigen woninglening.

De rente over de financiering van rente en kosten van geldleningen is niet aftrekbaar. Dit zal voornamelijk voorkomen bij betaalde boeterentes bij het oversluiten van de hypotheek. Als echter sprake is van meegefinancierde kosten bij aankoop van de woning geldt deze beperking niet mits er geen sprake is van het meefinancieren van bouwrente. 

Als samenwoners een woning gezamenlijk in eigendom hebben, is renteaftrek alleen mogelijk voor de lening die betrekking heeft op het eigen aandeel. Alleen als is gekozen voor het fiscaal partnerschap kunnen de samenwoners het negatieve saldo uit de eigen woning aftrekken waar het meeste voordeel is te behalen. Met ingang van 2010 zal waarschijnlijk gaan gelden dat voor deze regeling een samenlevingscontract zal worden vereist. In dat geval zal uiterlijk op 1 juli 2010 een notarieel samenlevingscontract dienen te worden opgesteld. 
 
Vooruitbetaling van rente met betrekking tot eigen woning leningen kan een manier zijn om een progressievoordeel te behalen. Dit zal voornamelijk spelen als u kunt voorzien dat u het komend jaar aanzienlijk minder zult gaan verdienen, bijvoorbeeld door pensionering of verlies van werk. Vooruitbetaling van rente op een eigen woninglening is aftrekbaar in het jaar van betaling als het gaat om rente over een periode van maximaal 6 maanden. Om vooruitbetaling fiscaal effectief te laten zijn zal met de bank wel formeel geregeld dienen te worden dat de rente vooruit wordt betaald. Banken hebben echter nog wel eens de neiging om voor het meewerken aan deze constructie forse kosten in rekening te brengen. Als de hypotheekvoorwaarden echter de mogelijkheid van vooruitbetaling al bieden, is geen aanvullende regeling met de bank noodzakelijk. Om de bijtelling van het eigenwoningforfait voor bijvoorbeeld 2010 te vermijden, zou u de rente voor de eerste helft van dat jaar in december van 2009 kunnen vooruitbetalen en de rente voor de twee laatste kwartalen van 2010 in januari 2011. Dit moet natuurlijk wel goed worden afgestemd met de bank en heeft voornamelijk zin bij de toch wat duurdere huizen. Zorg er hier wel voor dat de rente welke achteraf wordt betaald niet rentedragend wordt per feitelijke vervaldag.


Fiscale gevolgen van de echtscheiding voor de eigen woning

Als in geval van een scheiding een van de partners de woning verlaat, worden de partners vanaf dat moment door de fiscus als alleenstaand beschouwd. Voor zover de woning op grond van het huwelijksvermogensrecht tot het vermogen van de vertrekkende partner behoort is ten aanzien van hem of haar geen sprake meer van een eigen woning.  Hierop is echter wel een overgangstermijn van toepassing welke inhoudt dat de woning nog gedurende twee jaren als eigen woning wordt aangemerkt als de woning de ex- partner als hoofdverblijf ter beschikking staat. Onderstaand een overzicht van de fiscale aspecten, waarbij A de vertrekkende partner is en B de in de woning achterblijvende:

• een bedrag gelijk aan het eigenwoningforfait toerekenbaar aan A wordt bij hem in aanmerking genomen als aftrekbare alimentatie.
• hetzelfde bedrag is bij B belast als ontvangen alimentatie.
• A heeft voor zijn deel nog gedurende maximaal 24 maanden aftrek hypotheekrente.
 
Bij gemeenschap van goederen geldt het vorenstaande voor de helft.

Als de vertrokken partner de rente van de in de woning blijvende partner betaalt, is dat alimentatie. Het maakt niet uit of dit in het echtscheidingsconvenant is overeengekomen. Als de in de woning blijvende partner tijdens de tweejaarsperiode huur betaalt aan de vertrokken partner, is toch het eigenwoningforfait van toepassing. Na afloop van de periode van 24 maanden treedt  de bijleenregeling in werking.


Bijleenregeling

Als u uw woning verkoopt moet u, als u een andere woning zou kopen, de gerealiseerde overwaarde gebruiken voor de aankoop van deze nieuwe woning. U krijgt dus eigenlijk de verplichting opgelegd om een deel van de aankoop van de nieuwe woning uit eigen vermogen te financieren. Als ondanks deze verplichting de volledige financiering van de nieuwe woning met een lening plaatsvindt, dan is een deel van de rente niet fiscaal aftrekbaar. Deze regeling is tamelijk complex en is dan ook minder geschikt om uitgebreid op een website uiteen te zetten. Voor nadere vragen over deze regeling kunt u echter altijd contact opnemen met een van onze adviseurs.


Lijfrente

Aan het afsluiten van een lijfrentepolis zal in verreweg de meeste gevallen een motief tot voorziening van de oudedag ten grondslag liggen. Minder voor de hand liggend is het om de lijfrentepolis af te sluiten vanuit een spaar- of beleggingsmotief. De betaalde premies op een lijfrentecontract zijn echter altijd een bijzondere vorm van sparen en beleggen. Zo kan voor een lijfrente worden gekozen, omdat deze vanwege het fiscale voordeel een hoger netto rendement oplevert dan gewoon sparen/beleggen (box 3). U moet zich echter wel bedenken dat aan een lijfrente als inkomensvoorziening nogal wat beperkingen kleven. Dat heeft te maken met de aard van het product en met fiscale randvoorwaarden. Afkoop van lijfrentes wordt fiscaal zwaar gestraft met het progressieve IB-tarief en 20% revisierente. Hiermee wordt bereikt dat de inleg ook daadwerkelijk beschikbaar blijft voor oudedagsvoorziening. U kunt niet aan uw geld komen en wordt zo eigenlijk tegen uzelf beschermd. Dit nadeel verbonden aan de lijfrente als spaarvorm kan daarom ook juist als een voordeel worden gezien. Het nadeel van een gewone spaar- of beleggingsrekening voor oudedagsvoorziening is immers dat men al snel in de verleiding kan komen het spaargeld te consumeren.

De bancaire lijfrente ligt als product dan ook dichter bij de reguliere spaarrekening dan de lijfrente. Als men aftrekruimte heeft en het geld langdurig kan missen, valt het te overwegen de besparingen in de vorm van een bancaire lijfrente te doen. Het sparen/beleggen via een lijfrente kan (voornamelijk) dankzij de belastingaftrek een hoger netto rendement opleveren dan sparen/beleggen in box 3. De netto inleg bestaat hier uit de bruto investering verminderd met de belastingbesparing. Dit terwijl de bruto investering (na door de verzekeraar in rekening te brengen kosten) gaat renderen. Gedurende de opbouwperiode vermijdt u ook nog eens de vermogensrendementsheffing van 1,2% (box 3). Het voordeel wordt natuurlijk ook nog eens nog groter als de belastbaarheid van de lijfrente-uitkeringen tegen een lager tarief plaatsvindt dan dat waartegen de aftrek heeft plaatsgevonden. 

Alvorens over te gaan tot het afsluiten van lijfrentepolissen is het aan te bevelen onafhankelijk advies in te winnen. Hierbij kan op basis van gekozen uitgangspunten een afweging worden gemaakt tussen de diverse lijfrentevarianten en het regulier sparen in box 3. Dit soort onafhankelijk advies gaat dan ook een stuk verder dan de vraag of en zo ja tot hoeveel u de lijfrentepolis zou kunnen aftrekken. Een lijfrentepolis alleen dienende ter verlaging van actuele belastingdruk is niet altijd het best denkbare product.

In de meeste gevallen zult u voor lijfrentepremieaftrek in aanmerking komen. Lijfrentepremieaftrek is mogelijk bij aanwezigheid van een pensioentekort. Hiervan is in de wet inkomstenbelasting een definitie opgenomen. Van een pensioentekort is doorgaans sprake bij een pensioen dat lager ligt dan 70% van het laatstverdiende salaris, rekening houdend met AOW. Of dit ook voor u geldt is natuurlijk niet afhankelijk van wettelijke definities maar van de bij bereiken van uw pensioenleeftijd te verwachten omstandigheden. Is uw normale pensioenbehoefte niet geregeld via een arbeidspensioenregeling dan bestaat recht op aftrek van lijfrentepremies.


Auto van de zaak
 
Er geldt standaard een bijtelling van 25% berekend over de waarde van de auto. Voor zeer milieuvriendelijke auto’s geldt een verlaagd percentage van 14. Het criterium voor dit verlaagde percentage is dat de CO2-uitstoot niet hoger is dan 95gr/km voor dieselauto's en 110 gr/km voor overige auto's. Daarnaast is er nog een tussencategorie van 20% voor benzineauto's met een CO2-uitstoot van 111-140 gram en dieselauto's met een CO2-uitstoot van 96-116 gram. Bedenk dat de genoemde percentages de minima zijn. De fiscus kan de bijtelling verhogen bij extreem privégebruik of als de besparing aanzienlijk hoger blijkt te zijn dan de bijtelling. Het voor korte tijd huren van de auto van de werkgever (bijvoorbeeld voor vakantiedoeleinden) leidt niet tot het voorkomen van de bijtelling. Als u niet kunt aantonen dat u minder dan 500 km privé heeft gereden, is de bijtelling gewoon van toepassing.
Indien u door omstandigheden, zoals ziekte of langdurig verblijf in het buitenland een langere periode geen gebruik (kan) maken van de auto van de zaak, heeft dat geen gevolg voor de bijtelling. Slechts als de auto daadwerkelijk bij de werkgever wordt ingeleverd kan de bijtelling komen te vervallen. Voor auto's van 15 jaar en ouder (2010: 25 jaar en ouder) geldt de actuele waarde in het economische verkeer als grondslag voor de bijtelling. 

Voor de autodealerbranche is een speciale afspraak gemaakt over de bijtelling indien steeds verschillende auto's voor privédoeleinden worden gebruikt. Per dag moet worden bijgehouden welke werknemer in welke auto rijdt. Dit is uiteraard ook van belang om vast te stellen welke verkeersboetes op welke werknemers betrekking hebben.

Het alternatief voor een auto van de zaak is het bedingen van een hoger salaris en het gebruiken van een privéauto. Daarbij kan voor de zakelijke ritten en woon-werkritten de (maximale) kilometerprijs van € 0,19 worden vergoed. Uw werkgever zal hieraan alleen willen meewerken als het hem geen geld kost. Een voorstel zou kunnen zijn om uw salaris te verhogen met de aan uw auto verbonden kosten verminderd met de te verwachten kilometerdeclaraties. Ook voor u als werknemer zal natuurlijk goed moeten worden doorgerekend of deze actie wel zinvol is. 

Voor vragen met betrekking tot privégebruik auto kunt u natuurlijk altijd bij ons terecht. Ook de belastingdienst heeft overigens een speciale afdeling waar zowel werkgevers, werknemers als zelfstandigen al hun vragen op dit terrein (uitsluitend schriftelijk) kunnen stellen.


Ziektekosten
 
Met ingang van 2009 is de aftrek ziektekosten aanzienlijk versobert. Er is nog slechts (beperkt) aftrek mogelijk voor zeer hoge ziektekosten. Binnen de nieuwe regeling komen nog slechts de volgende kosten voor aftrek in aanmerking:

• genees- en heelkundige hulp, met uitzondering van ooglaserbehandelingen;
• vervoer;
• medicijnen verstrekt op voorschrift van een arts;
• overige hulpmiddelen, met uitzondering van visuele hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen zoals bijvoorbeeld brillen en contactlenzen;
• extra gezinshulp;
• dieetkosten (voor zover opgenomen in dieetkosten tabel);
• extra kleding en beddengoed;
• reiskosten ziekenbezoek (€ 0,19 per kilometer).

De volgende kosten zijn niet aftrekbaar:
• verzekeringspremies inclusief de kosten van een aanvullende verzekering;
• huisapotheek;
• uitgaven wegens ouderdom;
• uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid;
• uitgaven wegens chronische ziekte;
• visuele hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen, zoals bril, contactlenzen;
• ooglaserbehandelingen ter vervanging van bril of contactlenzen;
• eigen bijdragen AWBZ/Wmo;
• uitgaven wegens adoptie;
• uitgaven wegens overlijden;
• uitgaven voor kraamhulp.


Giften
 
Bestuursleden en andere vrijwilligers van kerkelijke, levensbeschouwelijke of charitatieve instellingen, die kosten welke zij hadden kunnen declareren voor eigen rekening nemen, kunnen deze als gift opvoeren. Om problemen met de fiscus te voorkomen is het voor genoemde instellingen verstandig om een declaratiereglement op te stellen waaruit blijkt welke kosten voor declaratie in aanmerking komen. Een dergelijk reglement is overigens ook om niet fiscale redenen aan te bevelen.

Niet gedeclareerde autokosten die als gift worden opgevoerd, worden forfaitair gewaardeerd op € 0,19. Als er voor het vrijwilligerswerk een vergoeding wordt genoten, is de instelling op grond van de Wet Loonbelasting gebonden aan een maximale kilometervergoeding van € 0,19. Als voor het vrijwilligerswerk echter geen vergoeding wordt genoten, kunnen de werkelijke autokosten worden gedeclareerd. Als deze (doorgaans hogere) vergoeding  onmiddellijk weer als gift wordt teruggestort, zal de fiscus bij controle het standpunt innemen dat sprake is van het afzien van een vergoeding waardoor de giftenaftrek toch weer wordt beperkt tot maximaal € 0,19.  

Giftenaftrek is ook mogelijk als de instelling vanwege de slechte financiële positie geen vergoeding kan geven maar de kosten naar maatschappelijke opvattingen normaal gesproken wel vergoed zouden worden.
Er is geen aftrek mogelijk voor giften in de vorm van bestede tijd. Als u echter onder de vrijwilligersregeling valt, kunt u belastingvrij een vergoeding ontvangen van € 1.500 per jaar, € 150 per maand. Deze mag wel worden teruggeschonken. Het is niet perse noodzakelijk dat er geld heen en weer wordt geschoven. Het vrijwillig afstaan van aantoonbaar recht op de vrijwilligersvergoeding is voldoende om recht te krijgen op de aftrek. 

Zoeken