Juiste keuze van adviseur blijft belangrijkHet kan iedereen gebeuren: U komt in conflict met de belastingdienst en loopt vervolgens aan tegen een boete die natuurlijk geheel indruist tegen uw rechtvaardigheidsgevoel. U kunt nu twee dingen doen:
1. Berusten in de boete en denken: “leuk geprobeerd maar helaas”.
2. Om u heen kijken en proberen iemand anders de schuld te geven om zo onder de boete uit te komen.
U zult begrijpen dat je als je je brood verdient als advocaat, natuurlijk primair zal gaan voor optie 2.
Onderstaand een recent geval waarbij de betrokken advocaat toch nul op het rekest kreeg.
De belanghebbende, een advocatenmaatschap, had aan haar advocaten en advocaat-stagiairs gedurende een aantal jaren vaste kostenvergoedingen betaald. De fiscus was het daarmee niet eens en legde een naheffingsaanslag LB/PVV op met een boete van uiteindelijk 10%.
Natuurlijk wendde de advocatenmaatschap, diep gekwetst door zoveel onrechtvaardigheid, zich tot de rechter.
De stelling van de advocatenmaatschap bij de rechter dat zij de kostenvergoeding had gebaseerd op een richtlijn van de Nederlandse Orde van Advocaten leverde om te beginnen al niets op. In deze richtlijn staan geen fiscaalrechtelijke regels vermeld.
Ook de secundaire stelling dat de maatschap in de veronderstelling mocht verkeren dat de Belastingdienst een collectieve afspraak had met de Orde van Advocaten omtrent vaste kostenvergoedingen leverde niets op. Van een advocatenmaatschap mag verwacht worden dat zij op de hoogte is van het feit dat sinds de operatie Oort in 2001 alle bestaande afspraken met de fiscus over kostenvergoedingen zijn vervallen en dat de fiscus sindsdien geen collectieve afspraken omtrent kostenvergoedingen met inhoudingsplichtigen meer maakt.
Als alles om onder de boete uit te komen dan mislukt, is er nog maar één optie en dat is natuurlijk de schuld geven aan de accountant. Je bent tenslotte advocaat of niet.
De maatschap stelde in deze procedure dan ook tot slot dat zij informatie omtrent de kostenvergoeding had ingewonnen bij haar accountant, die tenslotte “verantwoordelijk” was voor de jaarrekeningen. Ook hier kwam de rechter echter tot een voor de maatschap onaangename conclusie: De betrokken accountant bleek niet te beschikken over specifieke fiscale kennis zodat de maatschap, naar het oordeel van de rechter, bij de keuze van haar adviseur niet de zorg betracht die redelijkerwijs van haar kon worden gevergd.
U begrijpt al, de boete moet gewoon worden betaald.
Wellicht voor deze maatschap toch reden om, net als de relaties van Jongejan & Partners, te kiezen voor een organisatie waarin alle disciplines zijn ondergebracht.
Bron: Rechtbank Haarlem 14 augustus 2009, 09/00655, LJN BJ7601 |